|
CONTENU:
Idiome
Age
(Leeftijd)
|
leeftijd
Om de leeftijd aan te geven
gebruik je in het Frans het werkwoord avoir. Ook
moet je nooit het woord ans (“jaren”) vergeten:
Hij is twaalf.
Il a douze ans.
Hoe oud ben
jij? Quel âge as-tu?
Ik ben
veertien. J’ai quatorze
ans.
|
Beaucoup
(Veel)
|
heel veel
Het woord beaucoup kan
niet voorafgegaan worden door très. Wil je toch
“heel veel” zeggen, dan moet je een woord als
énormément gebruiken. “Te veel” is trop
(niet: *trop beaucoup).
Wij hebben heel veel
leerlingen. Nous avons énormément
d’élèves.
Er zijn er te
veel.
Il y en a trop.
|
Espérer
(Hopen)
|
hopen
Na het werkwoord espérer
kun je twee constructies gebruiken:
-
een infinitief (het woordje
“te” vertaal je dan niet)
-
een bijzin met que
(niet weglaten, zoals in het Engels!)
Ik hoop je snel te
zien.
J’espère te voir bientôt.
Ik hoop dat je me
snel zult antwoorden.
J’espère que tu
me répondras bientôt.
Als datgene wat je
hoopt nog moet plaatsvinden, is het gebruik van een
futur in de bijzin verplicht.
|
Daardoor,
hierdoor
|
daardoor, hierdoor
comme ça (informeel)
de cette façon / de cette manière (formeel)
N.B. par ici betekent hierheen. |
Leuk
| leuk |
Naast "gezellig" is
"leuk" misschien wel het meest Nederlandse woord, dat te
pas en te onpas gebruikt wordt. Het Frans is
genuanceerder. Het hangt van de situatie af welk woord
je gebruikt om het Nederlandse "leuk" weer te geven.
aimer
Een gemakkelijke oplossing is het werkwoord aimer.
Ik vind het leuk om aan sport te doen.
J'aime faire du sport.
plaire
Een ander werkwoord dat je kunt gebruiken is
plaire.
Vind je dat leuk?
Ça te plaît?
Zou je het leuk vinden om met mij mee
te gaan?
Ça te plairait de m'accompagner?
cela te dit?
Ook deze uitdrukking betekent "Lijkt je dat leuk?"
joli
Pas hiermee op! Dit woord staat vaak in
Frans-Nederlandse woordenlijsten met de betekenis
"leuk", maar het zegt eigenlijk alleen iets over het
uiterlijk en betekent dus eerder "knap" of "mooi".
Wat een leuk huis!
Quelle jolie maison!
marrant, drôle
Deze woorden leggen vooral de nadruk op het grappige
aspect van iets.
Deze leuke zanger zingt leuke liedjes.
Ce chanteur marrant chante des chansons drôles.
amusant, agréable
Deze woorden hebben een wat neutralere en formelere
klank.
Hoe was het? - Ja, heel leuk.
Ç'a été? - Très amusant.
sympa
Hoewel je er misschien niet zo snel voor kiest,
omdat sympathiek in het Nederlands alleen iets
zegt over iemands karakter, is dit misschien wel het
Franse woord dat het dichtst in de buurt komt van alle "leuk-betekenissen".
Zij wonen in een leuk huis met leuke
kleuren.
Ils habitent une maison sympa avec des couleurs sympa.
Hij is een leuke jongen en er is
altijd een leuke sfeer bij hem thuis.
C'est un garçon sympa et il y a toujours une ambiance
sympa chez lui. |
Montrer de l'intérêt
(interesse tonen)
| interesse |
s'intéresser à
Ik interesseer me erg voor atletiek.
Je m'intéresse beaucoup à l'athlétisme.
être intéressé par
Zij is erg geïnteresseerd in aardrijkskunde.
Elle est très intéressée par la géographie.
intéresser
Sterrenkunde interesseert haar erg.
L'astronomie l'intéresse beaucoup.
avec intérêt
Wij hebben uw artikel met belangstelling gelezen.
Nous avons lu votre article avec intérêt.
cela m'intéresserait
Ik zou het interessant vinden u te ontmoeten.
Cela m'intéresserait de vous rencontrer. |
Choix des mots
(Woordkeus)
| bezoeken |
visiter
als het om landen, steden, gebouwen e.d. gaat (dus
niet bij personen!)Le
président de la République a visité la Chine.
aller voir
bij personen
Je vais voir mes grands-parents
pendant le week-end.
rendre visite à
een bezoek brengen aan
Le chef d'état a rendu visite à la
cathédrale de Chartres. |
|
in
contact komen met, kennis maken met |
entrer en contact avec, faire la
connaissance de
Is het mogelijk in contact te komen met Franse
leeftijdgenoten?
Est-ce qu'il est possible d'entrer en contact avec des
Français de mon âge?
Zoja, dan zou ik graag kennis met hen
maken.
Si oui, j'aimerais bien faire leur connaissance. |
Faire du sport
Bij sporten gebruik je of een
constructie met faire du/de la/de l' of een
constructie met jouer au/à la/à l'/aux:
sporten
een sport beoefenen
wat doe jij voor sport? |
faire du sport
pratiquer un sport
qu'est-ce que tu fais comme sport? |
jouer au foot
jouer au hockey
jouer au tennis
faire du cheval
nager |
le foot(ball)
le hockey
le tennis
l'équitation
la natation |
Als je een opsomming maakt, gebruik dan of alleen
werkwoorden of alleen zelfstandige naamwoorden, dus:
Ik houd van voetballen, tennissen en paardrijden.
J'aime jouer au foot, (jouer) au tennis et faire du cheval.
of: J'aime le foot, le tennis et l'équitation.
Compétences linguistiques
(taalvaardigheden)
| taalvaardigheden |
leesvaardigheid
la compréhension écrite (la lecture)
luistervaardigheid
la compréhension orale (l'écoute)
gespreksvaardigheid
l'expression orale (l'élocution)
schrijfvaardigheid
l'expression écrite (l'écriture)
Maar je kunt ook gewoon zeggen:
Nous apprenons à lire, à écouter, à parler et à
écrire. |
Handig
| handig |
adroit/habile
Deze woorden gebruik je als je bedoelt "behendig".
Mijn broer is buitengewoon handig.
Mon frère est extraordinairement adroit/habile.
Hij heeft dat handig gedaan.
Il l'a fait avec adresse / avec habileté.
pratique
Dit woord gebruik je als je iets handig in het
gebruik vindt, of anderszins praktisch.
Het zou heel handig zijn deze twee dingen te combineren.
Ce serait très pratique de combiner ces deux choses. |
Études
(studeren)
| studeren |
studeren
bestuderen
faire des études de
étudier
Ik studeer Frans aan de universiteit van Utrecht.
Je fais des études de français à l'université
d'Utrecht.
Ik bestudeer de problemen van
buitenlandse werknemers in Nederland.
J'étudie les problèmes des travailleurs immigrés
en Hollande.
Bedenk dat het woord études ("studie")
altijd in het meervoud staat! |
Grammaire
Avoir-regel
| avoir-regel |
Je
t’ai choisi(e), parce que tu aimes beaucoup le sport.
en niet: j’ai choisi toi of
j’ai toi choisi!
Als t’ vrouwelijk is, schrijf je een –e
achter het voltooid deelwoord. Dit is de avoir-regel:
het voltooid deelwoord richt zich in geslacht en getal
naar het lijdend voorwerp indien dat voorafgaat aan het
voltooid deelwoord:
j’ai choisi cette lettre
je l’ai choisie
la lettre que j’ai choisie |
Adjectifs
possessifs
(Bezittelijke voornaamwoorden)
| adjectifs
possessifs |
- Een bezittelijk voornaamwoord
moeten altijd worden aangepast aan het geslacht en
het getal van het zelfstandige naamwoord waar het
betrekking op heeft.
- Er bestaat in het Frans geen
verschil tussen zijn en haar.
- Als een vrouwelijk enkelvoudig
woord met een klinker of stomme h begint, gebruik je
de mannelijke bezittelijke voornaamwoorden mon,
ton, son.
|
| |
mnl. enk. |
vrl. enk. |
meervoud |
|
mijn |
mon
père |
ma
mère |
mes
parents |
| |
|
mon
amie |
|
| jouw |
ton
père |
ta
mère |
tes
parents |
| |
|
ton
amie |
|
| zijn |
son
père |
sa
mère |
ses
parents |
| |
|
son
amie |
|
| haar |
son
père |
sa
mère |
ses
parents |
| |
|
son
amie |
|
| onze |
notre
père |
notre
mère |
nos
parents |
| jullie/uw |
votre
père |
votre
mère |
vos
parents |
| hun |
leur
père |
leur
mère |
leurs
parents |
Ordre des mots
(Woordvolgorde)
| aussi |
Als je aussi aan
het begin van de zin zet, betekent het niet "ook" maar
"dan ook". Bovendien worden dan onderwerp en
persoonsvorm omgedraaid. Mon
frère aime beaucoup le football. Aussi regarde-t-il
toujours les matches à la télé.
Mijn broer houdt veel van voetbal. Hij kijkt dan ook
altijd naar de wedstrijden op T.V.
Als je toch wilt dat aussi "ook"
blijft betekenen, dan moet je aussi dus achter de
persoonsvorm plaatsen:
Ik doe aan paardrijden. Ook houd ik
van atletiek.
Je fais du cheval. J'aime aussi l'athlétisme.
Of je vervangt aussi door
bijvoorbeeld en plus ("bovendien"):
Je fais du cheval. En plus, j'aime
l'athlétisme.
|
|
vraagvolgorde
in formele brieven |
In gesproken Frans kun je een vraag
stellen door een gewone zin vragend uit te spreken. In
een formele brief moet je onderwerp en persoonsvorm
omdraaien of est-ce que gebruiken.
Begin een vraag dus niet met Il y a…
maar met est-ce qu'il y a… of
y a-t-il…:
Est-ce qu'il y a des possibilités…
Est-ce que vous organisez…
Y a-t-il des possibilités…
Organisez-vous…
De variant met est-ce que is de
gemakkelijkste. Je kunt hem altijd toepassen en je hoeft
de rest van de zin niet te veranderen.
Het omkeren van onderwerp en persoonsvorm kan lastiger
zijn. Het kan nl. niet in de volgende gevallen:
- als het onderwerp je is (het kan dan alleen in
vaste uitdrukkingen als Puis-je…)
- als het onderwerp een zelfstandig naamwoord is (in
dat geval moet je het zelfstandig naamwoord voorop laten
staan en het herhalen door een persoonlijk
voornaamwoord)
Als de persoonsvorm op een klinker eindigt (wat vaak het
geval is in de 3e persoon enkelvoud), moet je
tussen de persoonsvorm en il, elle of on
een -t- toevoegen.
Voorbeelden:
Est-ce que l'université est ouverte à tous les
bacheliers?
L'université est-elle ouverte à tous les bacheliers?
Est-ce que l'université organise des cours spéciaux?
L'université organise-t-elle des cours spéciaux? |
| peut-être |
Als je een zin met Peut-être laat beginnen, volgt
inversie
(= omgekeerde volgorde: eerst werkwoord, dan
onderwerp):
Peut-être pourra-t-on organiser un concours
ensemble.
Peut-être
est-ce une bonne idée d’organiser un concours
ensemble.
Wil je dit
vermijden, voeg dan of que toe (alleen in
informele
brieven!) of verplaats peut-être naar achteren:
Peut-être qu’on pourra organiser un concours
ensemble.
On pourra peut-être organiser un
concours ensemble.
|
Conjonctions
(Voegwoorden)
| of |
si
Ik vraag me af of het genoeg is.
Je me demande si cela suffit.
Ik zou willen weten of je aan sport
doet.
Je voudrais savoir si tu fais du sport. |
Le
pluriel
(meervoudsvorming)
| meervoud |
les cours - les courses
Een zelfstandig naamwoord dat op een -s eindigt blijft
in het meervoud onveranderd. Dus geen -es erachter
zetten!
le cours
de cursus, de les les cours
de cursussen, de lessen
(la course de race
les courses de races, de boodschappen)
de Franse lessen les
cours de français
de leraar Frans le
professeur de français |
Propositions de temps
(Bepalingen van tijd)
| in |
pendant
Als "in" eigenlijk "tijdens" betekent, dan moet je
het vertalen door pendant:
in het weekend, in de vakantie
pendant le weekend, pendant les vacances
en
Als je met "in" de tijdsduur wilt aangeven die een
bepaalde handeling kost of heeft gekost, gebruik je
en (of en moins de "binnen")
Ik heb het in een uur gedaan.
Je l'ai fait en (moins d') une heure. |
| sinds/al |
depuis
Als je wilt aangeven dat je iets al sinds een
bepaalde tijd doet (dus nu nog steeds), gebruik je in
het Frans het voorzetsel depuis
Ik hockey al jaren.
Je joue au hockey depuis des années.
Ik voetbal sinds mijn achtste.
Je joue au foot depuis l'âge de huit ans. |
| ...lang |
pendant
Als je wilt aangeven hoe lang je iets doet of gedaan
hebt (wat je op dit moment dus nog niet of niet meer
doet), gebruik je in het Frans het voorzetsel pendant
Ik heb jaren gehockeyd.
J'ai joué au hockey pendant des années.
Ik kan uren voetballen.
Je peux jouer au foot pendant des heures. |
| over |
dans
Als je wilt vertellen over iets dat in de toekomst
te gebeuren staat, gebruik je het voorzetsel dans
Ik zie je over een week, O.K.?
Je te verrai dans une semaine, d'accord? |
| geleden |
il y a
Wij hebben elkaar twee jaar geleden
ontmoet.
On s'est rencontrés il y a deux ans. |
| vorige |
dernier/dernière
Vorig jaar ben ik in Frankrijk geweest.
L'année dernière j'ai été en France. |
| volgende |
prochaine
Zien we elkaar volgende week?
On se verra la semaine prochaine? |
| van ... tot |
de...à / du...au
Bij dagen en tijdstippen gebruik je de
voorzetsels de en à (eventueel jusqu'à)
Ik heb wiskunde van half negen tot
kwart over negen.
J'ai maths de huit heures et demie à neuf heures et
quart.
Omdat data altijd met het lidwoord
le beginnen, gebruik je dan du en au:
Ik ben op vakantie van 1 juli tot 15
augustus.
Je serai en vacances du 1er juillet au 15 août. |
Prépositions
(Voorzetsels)
1. Vaste combinaties met werkwoorden
Tu m'as demandé de me présenter.
Je voudrais t'inviter à venir te voir.
leren om/te
uitnodigen om
vragen om |
apprendre à
inviter à
demander de |
|
|
2. De
voorzetsels de, en en à moeten altijd
herhaald worden!
J'apprends à lire, à écrire, à
écouter et à parler.
J'ai été en France, en Espagne et
au Portugal.
pièges
néerlandais
Nederlandse valkuilen
werkwoorden zelfstandig gebruikt ("het eten")
Je kunt in
het Frans niet zo maar een zelfstandig naamwoord maken van een
werkwoord, zoals in het Nederlands:
Het volgen van deze cursus zou erg handig zijn voor mij.
* Le suivre de ce cours… (onmogelijk!)
Los het eventueel als volgt op:
Suivre ce cours serait très pratique pour moi.
Maar liever nog:
Il serait très pratique pour moi de
suivre ce cours.
|