accueil
plans d'études
les profs
grammaire
littérature
faits divers
Fleurus
images
audio
liens

salles de classe:

1ère année
2me année
3me année
4me année
5me année
6me année

Nice - Promenade des Anglaisport de plaisancegrappe de raisinsCôte d'Azur

l'emploi du subjonctif

 


 

 

 

verbes
réguliers

-er
-ir
-re
-evoir

verbes
irréguliers

présent
imparfait
passé composé
futur
futur du passé
impératif
passé simple
subjonctif
 

 

In tegenstelling tot het Nederlands, is in het Frans de aanvoegende wijs nog heel levend en gebruik je hem niet zozeer in hoofdzinnen (Vive la France), maar vooral in bijzinnen (daarom worden de vormen van de subjonctif in grammaticaoverzichten altijd voorafgegaan door que). Je vertaalt hem doorgaans met een gewone tegenwoordige tijd.

 

1.       vorming van de subjonctif

Je vormt de subjonctif door achter de stam (participe présent min -ant) de volgende uitgangen te

plaatsen:

 

                              -e

                              -es

                              -e

                              -ions

                              -iez

                              -ent

 

          Enkele voorbeelden:

infinitif: parler finir vendre
participe présent: parlant finissant vendant
que je

que tu

qu'il

que nous

que vous

qu'ils

parle

parles

parle

parlions

parliez

parlent

finisse

finisses

finisse

finissions

finissiez

finissent

vende

vendes

vende

vendions

vendiez

vendent

 Maak nu de volgende oefening, die je ook zelf kunt nakijken:

oefening 1 (vorming van de subjonctif)

Als een subjonctif onregelmatig is, geldt die onregelmatigheid voor alle vormen, behalve de nous- en de vous-vorm:

 

infinitif: vouloir venir recevoir
participe présent: voulant venant recevant
que je

que tu

qu'il

que nous

que vous

qu'ils

veuille

veuilles

veuille

voulions

vouliez

veuillent

vienne

viennes

vienne

venions

veniez

viennent

reçoive

reçoives

reçoive

recevions

receviez

reçoivent

 

De volgende werkwoorden hebben in alle vormen een onregelmatige subjonctif:

 

infinitif: avoir être faire pouvoir savoir
participe présent: ayant étant faisant pouvant sachant
que je

que tu

qu'il

que nous

que vous

qu'ils

aie

aies

ait

ayons

ayez

aient

sois

sois

soit

soyons

soyez

soient

fasse

fasses

fasse

fassions

fassiez

fassent

puisse

puisses

puisse

puissions

puissiez

puissent

sache

saches

sache

sachions

sachiez

sachent

  

2.       het gebruik van de subjonctif (belangrijkste gevallen)

 

·       in een zelfstandige bijzin (die begint met que)

      alleen wanneer het werkwoord in de hoofdzin uitdrukt:

 

                    a. een gevoel (blijdschap, woede, angst, spijt)

 

                    Je suis heureux que tu sois venu
Ik ben blij dat je bent gekomen

                    Il regrette qu'il n'ait pas pu venir
Hij betreurt het dat hij niet kon komen

                    J'ai peur qu'il ne me comprenne pas
Ik ben bang dat hij me niet begrijpt

 

                    b. een wil, wens, noodzaak

 

                    Je veux que vous m'écoutiez
Ik wil dat jullie naar me luisteren

                    Nous préférons que vous partiez
Wij hebben liever dat u vertrekt

                    Il faut que je vous le dise
Ik moet het u zeggen (Het is nodig dat ik het u zeg)

                    Il est nécessaire que vous m'obéissiez
Het is noodzakelijk dat jullie me gehoorzamen

 

                    c. een twijfel, (on)mogelijkheid

 

                    Il doute que nous disions la vérité
Hij betwijfelt dat wij de waarheid zeggen

                    Il y a toutes les chances que nous gagnions le prix
Er is grote kans dat wij de prijs winnen

                    Il est (im)possible que ce soit vrai
Het is (on)mogelijk dat het waar is

 Maak nu de volgende oefeningen, die je ook zelf kunt nakijken:

- oefening 1 (wenszinnen)
- oefening 2 (noodzaakzinnen)

·       na een aantal voegwoorden, waarvan hier de belangrijkste volgen:

 

avant que voor(dat) N'oublie pas de fermer le gaz avant que tu partes!
Vergeet niet het gas af te sluiten voor je vertrekt!
pour que opdat J'explique tout cela pour  que vous me compreniez.
Ik leg dat allemaal uit opdat jullie me begrijpen.
afin que opdat Pourriez-vous me l'expliquer afin que je puisse comprendre vos motifs? Zou u me dat kunnen uitleggen opdat ik uw beweegredenen kan begrijpen?
de sorte que / de façon que / de manière que zodat
(met bedoeling)
Je parlerai plus haut, de sorte que tu me comprennes.
Ik zal harder praten, zodat je me verstaat.
bien que hoewel J'ai commandé des sauterelles bien que j'en aie horreur. Ik heb sprinkhanen besteld, hoewel ik ze afschuwelijk vind.
quoique hoewel Je vais prendre l'air quoiqu'il pleuve. Ik ga een luchtje scheppen, hoewel het regent.
pourvu que mits, als maar Pourvu que tu viennes!
Als je maar komt!
à moins que tenzij Je vais vous chercher à la gare, à moins que vous ne préfériez prendre le métro. Ik zal u ophalen op het station, tenzij u liever de metro neemt.
à condition que op voorwaarde dat Je te prête ma caméra, à condition que tu me la rendes demain matin! Ik leen je mijn camera, op voorwaarde dat je me hem morgenochtend teruggeeft!
jusqu'à ce que tot(dat) Il a l'habitude de boire jusqu'à ce qu'il soit complètement ivre.
Hij heeft de gewoonte te drinken tot hij helemaal dronken is.
sans que zonder dat Tu peux faire ça sans qu'on s'en aperçoive?
Kun jij dat doen zonder dat men het merkt?

Let op! Na de meeste andere voegwoorden, zoals parce que (omdat), puisque (omdat immers) pendant que (terwijl) en après que volgt dus geen subjonctif!
Het werkwoord attendre que (wachten totdat) wordt weer wel gevolgd door een subjonctif.

·       in een betrekkelijke bijzin

In een betrekkelijke bijzin die met qui of que begint, wordt een subjonctif gebruikt na een over-

treffende trap of na woorden als seul, premier en dernier:

 

C'est le plus beau film que j'aie jamais vu.
Dat is de mooiste film die ik ooit heb gezien.

Vous êtes la seule personne qui puisse m'aider.
U bent de enige persoon die mij kan helpen.

 

Tevens wordt de subjonctif gebruikt als het antecedent gezocht wordt:

 

Je cherche quelqu'un qui puisse m'aider.
Ik zoek iemand die mij kan helpen.

 

Nog wat oefeningen met de subjonctif die je zelf na kunt kijken:

- oefening 1

- oefening 2 (liedje!)

 

IDIOOM MET DE SUBJONCTIF

Leer tenslotte de volgende idioomzinnen waarin een subjonctif wordt gebruikt:

Il faut que j'y aille.
Il faut que je parte.
Ainsi soit-il.
soit... soit...
Vive la république!
Pourvu que tu sois là!
quoi que ce soit
Ik moet gaan.
Ik moet weg.
Zo zij het. (Amen.)
Hetzij... hetzij...
Leve de republiek!
Als je er maar bent!
wat het ook is, hoe dan ook

 

 

Cette page a été mise à jour le 08-09-2007 14:58

contactez-nous par e-mail: