accueil
plans d'études
les profs
grammaire
ecriture
littérature
faits divers
Fleurus
images
audio
liens

salles de classe:

1ère année
2me année
3me année
4me année
5me année
6me année

Nice - Promenade des Anglaisport de plaisancegrappe de raisinsCôte d'Azur

l'impératif

 


 

 

 

verbes
réguliers

-er
-ir
-re
-evoir

verbes
irréguliers

présent
imparfait
passé composé
futur
futur du passé
impératif
passé simple
subjonctif
 

 

a) l'impératif des 24 verbes les plus importants

ALLER AVOIR BOIRE CONNAÎTRE CROIRE
ga!
laten we gaan
gaat!
heb!
laten we hebben
hebt!
drink!
laten we drinken
drinkt!
ken!
laten we kennen
kent!
geloof!
laten we geloven
gelooft!

va
allons
allez

 
aie
ayons
ayez
 

bois
buvons
buvez
 

connais
connaissons
connaissez
 

crois
croyons
croyez
 
DEVOIR DIRE DORMIR ÉCRIRE ENVOYER
  zeg!
laten we zeggen!
zegt!
slaap!
laten we slapen
slaapt!
schrijf!
laten we schrijven
schrijft!
stuur!
laten we sturen
stuurt!


 

dis
disons
dites
 

dors
dormons
dormez
 

écris
écrivons
écrivez
 

envoie
envoyons
envoyez
 
ÊTRE FAIRE FALLOIR LIRE METTRE
wees!
laten we zijn
weest!
doe!/maak!
laten we doen/maken
doet!/maakt!
  lees!
laten we lezen
leest!
leg!/zet!
laten we leggen/zetten
legt!/zet!

sois
soyons
soyez

 

fais
faisons
faites
 
 
lis
lisons
lisez
 

mets
mettons
mettez
 
OUVRIR PLEUVOIR POUVOIR PRENDRE SAVOIR
open!
laten we openen
opent!
    neem!
laten we nemen
neemt!
weet!


ouvre
ouvrons
ouvrez

 
   
prends
prenons
prenez
 
sache

sachez

VENIR VIVRE VOIR VOULOIR  
kom!
laten we komen
komt!
leef!
laten we leven
leeft!
zie!
laten we zien
ziet!
gelieve  


viens
venons
venez

 

vis
vivons
vivez
 

vois
voyons
voyez
 
veuille

veuillez

 

b) l'impératif des verbes pronominaux

Bij wederkerende werkwoorden komt het wederkerend voornaamwoord in de gebiedende wijs bevestigend achter het werkwoord. Te verandert dan in toi. Bovendien moet er een streepje worden geplaatst tussen het werkwoord en het voornaamwoord.

Als de gebiedende wijs ontkend wordt, blijven de wederkerende voornaamwoorden gewoon voor het werkwoord staan, te blijft onveranderd, en er komt ook geen streepje tussen het werkwoord en het voornaamwoord.

bevestigend

ontkennend

haast je!
laten we ons haasten!
haast u! haast jullie!
haast je niet!
laten we ons niet haasten!
haast u niet! haast jullie niet!
 

dépêche-toi!
dépêchons-nous!
dépêchez-vous!


ne te dépêche pas!
ne nous dépêchons pas!
ne vous dépêchez pas!
   
 

Cette page a été mise à jour le 10-09-2008 21:00

contactez-nous par e-mail: