|
HET AANWIJZEND
VOORNAAMWOORD
direct door naar:
bijvoeglijk gebruikt
|
Om te weten welk aanwijzend
voornaamwoord je gebruikt, moet je kijken naar het
zelfstandig naamwoord dat er direct achter staat. Er
zijn namelijk verschillende vormen voor mannelijk
enkelvoud, vrouwelijk enkelvoud en (mannelijk en
vrouwelijk) meervoud. Daarnaast is het van belang te
weten dat er in het Frans geen aparte woorden zijn voor
"deze/dit" en "die/dat".
|
|
|
mannelijk enkelvoud* |
vrouwelijk enkelvoud |
meervoud |
|
deze/
die/
dit/
dat
|
ce garçon
(deze jongen;
die jongen) |
cette fille
(dit meisje;
dat meisje) |
ces
enfants
(deze kinderen;
die kinderen) |
|
* Als een mannelijk enkelvoudig woord met een klinker of
stomme h begint, gebruik je de volgende vorm van het
aanwijzend voornaamwoord:
|
|
|
mannelijk enkelvoud |
|
|
|
deze/
die/
dit/
dat
|
cet ami
(deze vriend;
die vriend) |
|
|
Voor vrouwelijke
enkelvoudige woorden die met een klinker of een stomme h
beginnen, blijft de vorm van het aanwijzend voornaamwoord gewoon
cette (cette amie, cette école). Het gaat bij een
klinkerbotsing immers niet om wat je ziet, maar om wat je hoort.
Het woord cette spreek je uit als [set], dus er is geen
sprake van klinkerbotsing.
Zoals al eerder is
opgemerkt, maakt het Frans geen onderscheid tussen iets wat zich
dichtbij en iets wat zich verder van de spreker bevindt. Wil je
daar toch duidelijk onderscheid in maken, dan kun je achter het
zelfstandig naamwoord het achtervoegsel -ci toevoegen,
als je iets aanwijst dat zich dichtbij je bevindt of -là
als je iets aanwijst dat zich verder weg bevindt. In de regel
zul je dit vooral doen als je twee dingen met elkaar vergelijkt:
Tu veux cette glace-ci ou cette
glace-là?
Ce vin-ci est meilleur que ce vin-là.
Cet homme-ci est moins sympathique que cet
homme-là.
Ces messieurs-là sont arrivés plus tard
que ces messieurs-ci.
|
Wil je dit ijsje of dat ijsje?
Deze wijn is lekkerder dan die wijn.
Deze man is aardiger dan die man.
Die heren zijn later aangekomen dan deze
heren. |
De volgende oefeningen kun
je maken en zelf nakijken:
zelfstandig gebruikt
|
Als een bezittelijk voornaamwoord zelfstandig, d.w.z.
zonder zelfstandig naamwoord, wordt gebruikt, zijn er
steeds vier vormen:
|
|
mannelijk enkelvoud |
mannelijk enkelvoud |
vrouwelijk enkelvoud |
mannelijk meervoud |
vrouwelijk meervoud |
|
deze/dit
die/dat
|
celui-ci
celui-là |
celle-ci
celle-là |
ceux-ci
ceux-là |
celles-ci
celles-là
|
|
Tu veux cette glace-ci ou
celle-là?
Ce vin-ci est meilleur que celui-là.
Ces jeunes filles sont plus sympas que celles-là.
Ces messieurs-là sont arrivés plus tard que
ceux-ci.
|
Wil jij dit ijsje of dat?
Deze wijn is lekkerder dan die.
Deze meisjes zijn aardiger dan die.
Die heren zijn later
aangekomen dan deze. |
Deze zelfstandig gebruikte
aanwijzende voornaamwoorden kunnen ook zonder de achtervoegsels
-ci en -là gebruikt worden. Ze worden dan gevolgd
door een bepaling die met het voorzetsel de begint, of
gevolgd door een betrekkelijke voornaamwoord (qui, que, dont).
In dit laatste geval worden de aanwijzende voornaamwoorden
vaak vertaald met degene(n) of met wie:
Voilà mon vélo et celui de mon frère. Daar
staan mijn fiets en die van mijn broer.
C'est ta bicyclette, ça?
- Non, c'est celle de ma soeur. Is
dat jouw fiets? - Nee, dat is die van mijn zus.
Ceux qui ont peur, ne doivent pas entrer. Degenen
die bang zijn, moeten niet naar binnen gaan.
Wie bang is, moet niet naar binnen gaan.
De volgende oefeningen kun
je maken en zelf nakijken:
idioom
Tenslotte een paar
idioomzinnetjes met bezittelijke voornaamwoorden, om uit het
hoofd te leren:
ceci, cela (ça)
ces derniers temps
de ce côté de la rue
en ce moment
à ce moment-là
de cette façon,
de cette manière
comme ci, comme ça
Ça ne fait rien.
C'est ça.
Ça y est.
|
dit, dat (zonder dat het op een bepaald woord slaat)
de laatste tijd
aan deze kant van de straat
op dit moment, op het ogenblik
(nu)
op dat moment (toen, dan)
op die manier, zo
zozo, matig
Dat geeft niets.
Dat klopt. Zo is het.
Zo, dat was het. |
|