accueil
plans d'études
les profs
grammaire
ecriture
littérature
faits divers
Fleurus
images
audio
liens

salles de classe:

1ère année
2me année
3me année
4me année
5me année
6me année

Nice - Promenade des Anglaisport de plaisancegrappe de raisinsCôte d'Azur

adjectifs et pronoms possessifs

 


 

 

 

 

 

pronoms

démonstratifs
personnels
possessifs


verbes
 

 

HET BEZITTELIJK VOORNAAMWOORD

direct door naar:

bijvoeglijk gebruikt 

Om te weten welk bezittelijk voornaamwoord je gebruikt, moet je kijken naar het zelfstandig naamwoord dat er direct achter staat. Er zijn namelijk verschillende vormen voor mannelijk enkelvoud, vrouwelijk enkelvoud en (mannelijk en vrouwelijk) meervoud. Daarnaast is het van belang te weten dat er in het Frans geen aparte woorden zijn voor "zijn" en "haar".

 

  mannelijk enkelvoud* vrouwelijk enkelvoud* meervoud
 

mijn
jouw
zijn
haar
onze
jullie/uw
hun

 

 

mon père
ton père
son père
son père
notre père
votre père
leur père

 

ma mère
ta mère
sa mère
sa mère
notre mère
votre mère
leur mère

 

mes parents
tes parents
ses parents
ses parents
nos parents
vos parents
leurs parents


* Als een vrouwelijk enkelvoudig woord met een klinker of stomme h begint, gebruik je de mannelijke vorm van het bezittelijk voornaamwoord:

 

    vrouwelijk enkelvoud  
 

mijn
jouw
zijn
haar
 

 

   

mon  amie
ton invitation
son école
son haleine
 

 

Denk aan de uitspraak van mon- in monsieur. Je spreekt het uit alsof er staat: mesieur.

De volgende oefeningen kun je maken en zelf nakijken:

zelfstandig gebruikt


Als een bezittelijk voornaamwoord zelfstandig, d.w.z. zonder zelfstandig naamwoord, wordt gebruikt, zijn er steeds vier vormen:
 

mannelijk enkelvoud mannelijk enkelvoud vrouwelijk enkelvoud mannelijk meervoud vrouwelijk meervoud
 

de mijne
de jouwe
de zijne
de hare
de onze
de uwe/die van jullie
de hunne

 

 

le mien
le tien
le sien
le sien
le nôtre
le vôtre

le leur

 

la mienne
la tienne
la sienne
la sienne
la nôtre
la vôtre

la leur

 

les miens
les tiens
les siens
les siens
les nôtres
les vôtres

les leurs

 

les miennes
les tiennes
les siennes
les siennes
les nôtres
les vôtres

les leurs


Let op: alleen de zelfstandig gebruikte vormen in de 1e en 2e persoon meervoud hebben een accent circonflexe, de bijvoeglijk gebruikte niet: Tu préfères notre voiture ou votre voiture? - Je préfère la vôtre.

In gesproken Frans worden bovenstaande zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden niet meer zo vaak gebruikt. De voorkeur wordt gegeven aan een constructie met het voorzetsel à:

A qui sont ces clés? A lui ou à elle?        Van wie zijn deze sleutels? Van hem of van haar?
- Elles sont à moi, merci.                        - Ze zijn van mij, dank je wel.
(Ce sont les miennes.)                          (Het zijn de mijne.)

De volgende oefeningen kun je maken en zelf nakijken:

 

idioom

Tenslotte een paar idioomzinnetjes met bezittelijke voornaamwoorden, om uit het hoofd te leren:

C'est mon tour. C'est votre tour.


C'est à moi. C'est à vous.

Il est à moi. Elle est à moi.
Ils sont à toi. Elles sont à toi.

C'est de ma faute.

A mon avis...

mon père et ma mère

Mesdames, messieurs.

un de mes amis, un ami à moi

Ik ben aan de beurt. U bent aan de beurt.

Het is mijn beurt. Het is Uw beurt.

Hij is van mij.
Ze zijn van jou.

Dat is mijn schuld.

Naar mijn mening...

mijn vader en moeder

Mijne dames en heren.

een van mijn vrienden

 

 

Cette page a été mise à jour le 03-09-2009 11:02

contactez-nous par e-mail: