|
HET BEZITTELIJK
VOORNAAMWOORD
direct door naar:
bijvoeglijk gebruikt
|
Om te weten welk bezittelijk
voornaamwoord je gebruikt, moet je kijken naar het
zelfstandig naamwoord dat er direct achter staat. Er
zijn namelijk verschillende vormen voor mannelijk
enkelvoud, vrouwelijk enkelvoud en (mannelijk en
vrouwelijk) meervoud. Daarnaast is het van belang te
weten dat er in het Frans geen aparte woorden zijn voor
"zijn" en "haar".
|
|
|
mannelijk enkelvoud* |
vrouwelijk enkelvoud* |
meervoud |
|
mijn
jouw
zijn
haar
onze
jullie/uw
hun
|
mon père
ton père
son père
son père
notre père
votre père
leur père |
ma mère
ta mère
sa mère
sa mère
notre mère
votre mère
leur mère |
mes parents
tes parents
ses parents
ses parents
nos parents
vos parents
leurs parents |
|
* Als een vrouwelijk enkelvoudig woord met een klinker
of stomme h begint, gebruik je de mannelijke vorm van
het bezittelijk voornaamwoord:
|
|
|
|
vrouwelijk enkelvoud |
|
|
mijn
jouw
zijn
haar
|
|
mon amie
ton invitation
son école
son haleine
|
|
Denk aan de uitspraak van
mon- in monsieur. Je spreekt het uit alsof er staat: mesieur.
De volgende oefeningen kun
je maken en zelf nakijken:
zelfstandig gebruikt
|
Als een bezittelijk voornaamwoord zelfstandig, d.w.z.
zonder zelfstandig naamwoord, wordt gebruikt, zijn er
steeds vier vormen:
|
|
mannelijk enkelvoud |
mannelijk enkelvoud |
vrouwelijk enkelvoud |
mannelijk meervoud |
vrouwelijk meervoud |
|
de mijne
de jouwe
de zijne
de hare
de onze
de uwe/die van jullie
de hunne
|
le mien
le tien
le sien
le sien
le nôtre
le vôtre
le leur |
la mienne
la tienne
la sienne
la sienne
la nôtre
la vôtre
la leur |
les miens
les tiens
les siens
les siens
les nôtres
les vôtres
les leurs |
les miennes
les tiennes
les siennes
les siennes
les nôtres
les vôtres
les leurs |
|
Let op: alleen de zelfstandig
gebruikte vormen in de 1e en 2e persoon meervoud hebben
een accent circonflexe, de bijvoeglijk gebruikte niet:
Tu préfères notre voiture ou votre voiture? - Je préfère
la vôtre.
|
In gesproken Frans worden
bovenstaande zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden niet meer
zo vaak gebruikt. De voorkeur wordt gegeven aan een constructie
met het voorzetsel à:
A qui sont ces clés? A lui ou à elle? Van wie zijn deze
sleutels? Van hem of van haar?
- Elles sont à moi, merci. - Ze zijn van
mij, dank je wel.
(Ce sont les miennes.) (Het zijn de
mijne.)
De volgende oefeningen kun
je maken en zelf nakijken:
idioom
Tenslotte een paar
idioomzinnetjes met bezittelijke voornaamwoorden, om uit het
hoofd te leren:
|
C'est mon tour. C'est votre tour.
C'est à moi. C'est à vous.
Il est à moi. Elle est à moi.
Ils sont à toi. Elles sont à toi.
C'est de ma faute.
A mon avis...
mon père et ma mère
Mesdames, messieurs.
un de mes amis, un ami à moi |
Ik ben aan de beurt. U bent aan de
beurt.
Het is mijn beurt. Het is Uw
beurt.
Hij is van mij.
Ze zijn van jou.
Dat is mijn schuld.
Naar mijn mening...
mijn vader en moeder
Mijne dames en heren.
een van mijn vrienden |
|